Veelgestelde vragen

Welke geschillen worden behandeld door de commissie?
De commissie behandelt geschillen tussen partijen op het gebied van de inkoop en verkoop van zorg, zoals omschreven in de Jeugdwet en in de Wmo, alsmede geschillen die betrekking hebben op het woonplaatsbeginsel, zoals bedoeld in de Jeugdwet. De commissie doet dit door in een dergelijk geschil een schikking tussen partijen te bevorderen of een bindend advies uit te brengen.

De commissie is bevoegd een door een partij of een door partijen gezamenlijk ingediend geschil te behandelen, als partijen voorafgaand aan het voorleggen van het geschil aan de commissie zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen.
Hoe gaat de commissie om met geheimhouding?
Zoals u kunt lezen in het reglement zijn de commissieleden, de secretaris, de door de commissie ingeschakelde experts, en eventuele overige bij de commissie betrokken personen verplicht tot geheimhouding ten aanzien van alle gegevens over partijen die hen bij de behandeling van het geschil ter kennis zijn gekomen.

De commissielieden, de secretaris, de door de commissie ingeschakelde experts en eventuele overige bij de commissie betrokken personen zullen stukken, verklaringen en andere gegevens van de partijen uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor deze zijn aangeleverd. De gegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is.

De geheimhoudingsplicht heeft geen betrekking op de gegevens die zijn vermeld in de gepubliceerde uitspraken van de commissie.
Wie zijn partij voor de geschillencommissie?
Partij is de gemeente(-n) en/of de (jeugdhulp-)aanbieder gemeente. 
Onder (jeugdhulp)aanbieder verstaan wij iedere natuurlijke of rechtspersoon die jeugdhulp of ondersteuning verleent en valt onder de definitie van (jeugdhulp-)aanbieder in de zin van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo);
De commissie bestaat sinds 1 januari 2019. Welke adviezen heeft zij tot nu toe gegeven?
De commissie heeft als doel om op een laagdrempelige manier geschillen over het woonplaatsbeginsel en geschillen in een inkooprelatie te beslechten. Veel van de zaken die aan de commissie worden voorgelegd, worden door informele adviezen van de secretaris in de voorfase opgelost. Het gaat dan vrijwel in alle gevallen om doorverwijzing naar mogelijkheden die nog niet zijn benut. Ook lijkt de commissie een preventieve werking te hebben. Partijen bewegen richting een oplossing als de mogelijkheid van de commissie wordt voorgesteld.

Hieronder vindt u enkele vragen en zaken die de afgelopen maanden aan de commissie voorgelegd zijn:

De vraag welke geschillen de commissie behandelt, kwam een aantal keer terug. Dit zijn geschillen tussen partijen op het gebied van de inkoop en verkoop van zorg, zoals omschreven in de Jeugdwet en in de Wmo. Hieronder vallen ook geschillen over (ouderen)zorg, begeleiding en huishoudelijke ondersteuning. Daarnaast behandelt de commissie geschillen over het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet.

Gemeente A vroeg of zij de opvoedhulp moet betalen voor een vader die in gemeente B woont en geen ouderlijk gezag heeft. De commissie heeft deze vraag voorgelegd aan de werkgroep woonplaatsbeginsel van het ministerie van VWS. Het antwoord van de werkgroep was: gemeente A moet deze hulp inderdaad betalen, omdat het kind en de relatie tussen moeder en kind hiermee gebaat zijn.

Bij een geschil tussen een gemeente en een zorgaanbieder over de reële kostprijs, heeft de aanbieder geprobeerd het geschil aanhangig te maken bij de commissie. De gemeente wilde dit niet, waarna partijen hebben gekozen voor een mediator.

Een zorginstelling die een conflict had met een wijkteam, vroeg de commissie om advies. Door verwijzing naar het Ondersteuningsteam Zorglandschap Jeugd kon deze zaak worden opgelost.

Bij een aantal conflicten tussen jeugdzorgaanbieders en gemeenten over de tarieven die de gemeenten hanteerden, heeft de commissie partijen ook door verwezen naar het Ondersteuningsteam Zorglandschap Jeugd voor bemiddeling.